Laatst kreeg ik een brief van een bakker. Wie brood eet moet bij mij brood kopen. Wilt u mij het laten weten als u geen brood eet? Merkwaardig? Toch komt in de praktijk iets vergelijkbaars voor.
Onlangs ontvingen allerlei bedrijven een brief van Buma/Stemra en Sena, die gezamenlijk opereren onder de naam mijnlicentie.nl.
Daarin treffen wij de volgende passages aan: Wanneer er muziek in uw zaak klinkt heeft u een muzieklicentie nodig van Buma/Stemra en Sena. Gebruikt u muziek in uw onderneming en heeft u nog geen licentie? Dan verzoeken wij u uw licentie aan te vragen. Gebruikt u geen muziek in uw onderneming? Ook in dat geval verzoek wij u vriendelijk ons dit te laten weten.
Deze passages zijn in zijn algemeenheid onjuist.
Je hebt alleen een licentie nodig van Buma/Stemra en Sena als je muziek gebruikt die behoort tot het door hen beheerde muziekrepertoire.
In het geval van Buma/Stemra gaat het dan om muziek van componisten die bij hen of bij hun buitenlandse zusterorganisaties zijn aangesloten.
Sena is belast met de inning van vergoedingen voor het draaien van voor commerciële doeleinden uitgebrachte opnamen ten behoeve van uitvoerende artiesten. Deze organisatie kent geen leden. De bijzondere bevoegdheid die Sena heeft, heeft betrekking op het zónder toestemming uitzenden of openbaar maken.
In de volgende gevallen heb je als bedrijf niets te maken met Buma/Stemra en/of Sena:
1. De componist is al 70 jaar dood, het auteursrecht is dan vervallen
2. De opname is meer dan 50 jaar oud (wordt 70 jaar)
3. De componist/uitvoerende beheert zijn eigen rechten (zoals bijvoorbeeld via VillaMusicRights)
4. De muziek is beschikbaar onder Creative Commons-licenties (de componist kiest een licentie en bepaalt de maker in welke mate zijn of haar werk verder verspreid en bewerkt mag worden).
De brief van de bakker is inmiddels door de hond opgegeten.
Posts tonen met het label sena. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sena. Alle posts tonen
dinsdag 28 augustus 2012
dinsdag 3 april 2012
DE GEZAMENLIJKE SERVICE VAN BUMA/STEMRA EN SENA
Stel, je bent een horeca-ondernemer in het zuiden van het land en je hebt inmiddels genoeg van de forse heffingen die organisaties van rechthebbenden je opleggen, terwijl je gewoon voor je gasten een prettig muziekje wilt laten horen.
Je gaat je oriënteren op alternatieven. Een ervan is muziek draaien van componisten die al meer dan 70 jaar dood zijn, waarvoor je geen vergoedingen voor auteursrechten meer verschuldigd bent. Wel moet je betalen voor de (naburige) rechten van degene die de muziek uitvoert. Behalve als de uitvoering 50 jaar geleden heeft plaats gevonden (wordt 70 jaar).
Je kijkt nog eens om je heen en je merkt dat er alternatieven zijn, omdat er ook rechthebbenden zijn die zich niet laten (willen) vertegenwoordigen door organisaties maar hun eigen rechten beheren: zij beheren hun rechten helemaal zelf of via Creative Commons of via VillaMusicRights.
Hoe dan ook, je wilt af van de collectieve organisaties Buma/Stemra (auteursrecht) en Sena (naburige rechten) die tegenwoordig als één organisatie opereren – volgens geruchten om het de gebruikers makkelijker te maken – onder de naam Service Centrum Auteurs- en Naburige rechten.
Dat blijkt geen gemakkelijke opgave. De horeca-ondernemer kiest ervoor muziek van erg dode componisten te draaien, gespeeld door nog erg levende uitvoerende musici. Van het Service Centrum ontvangt hij een factuur. Hij verwacht een rekening van Sena te moeten betalen, maar er komt ook een rekening van Buma/Stemra. Dat kan een foutje zijn, dus hij laat dat even weten. Maar nee, er volgt een aanmaning (met aanmaningskosten) en men schakelt zelfs een incassobureau in.
Dit is nog lang niet alles. De horeca-ondernemer wil wat meer variatie in de muziek en besluit in februari 2012 muzieklicenties te verwerven van componisten die hun eigen rechten beheren via VillaMusicRights. Dat laat hij weten aan het Service Centrum, waarmee hij het contract met de rechtenorganisaties opzegt. Dan blijkt dat deze hobbyisten ook een rekening sturen:
a. voor het gebruik van muziek van rechtendragend materiaal op VillaMusicRights en
b. voor de periode dat deze muziek in het geheel nog niet afgenomen was, nl. in het tweede halfjaar van 2011.
Dat VillaMusicRights rechtendragend repertoire bevat klopt, alleen behoren die rechten niet tot het repertoire van Buma/Stemra of van Sena maar tot het repertoire van de betreffende artiesten die er bewust voor kiezen zelf hun rechten te beheren.
Je zou er om kunnen lachen als het niet zo ernstig was. En ernstig is het.
Wordt vervolgd.
Je gaat je oriënteren op alternatieven. Een ervan is muziek draaien van componisten die al meer dan 70 jaar dood zijn, waarvoor je geen vergoedingen voor auteursrechten meer verschuldigd bent. Wel moet je betalen voor de (naburige) rechten van degene die de muziek uitvoert. Behalve als de uitvoering 50 jaar geleden heeft plaats gevonden (wordt 70 jaar).
Je kijkt nog eens om je heen en je merkt dat er alternatieven zijn, omdat er ook rechthebbenden zijn die zich niet laten (willen) vertegenwoordigen door organisaties maar hun eigen rechten beheren: zij beheren hun rechten helemaal zelf of via Creative Commons of via VillaMusicRights.
Hoe dan ook, je wilt af van de collectieve organisaties Buma/Stemra (auteursrecht) en Sena (naburige rechten) die tegenwoordig als één organisatie opereren – volgens geruchten om het de gebruikers makkelijker te maken – onder de naam Service Centrum Auteurs- en Naburige rechten.
Dat blijkt geen gemakkelijke opgave. De horeca-ondernemer kiest ervoor muziek van erg dode componisten te draaien, gespeeld door nog erg levende uitvoerende musici. Van het Service Centrum ontvangt hij een factuur. Hij verwacht een rekening van Sena te moeten betalen, maar er komt ook een rekening van Buma/Stemra. Dat kan een foutje zijn, dus hij laat dat even weten. Maar nee, er volgt een aanmaning (met aanmaningskosten) en men schakelt zelfs een incassobureau in.
Dit is nog lang niet alles. De horeca-ondernemer wil wat meer variatie in de muziek en besluit in februari 2012 muzieklicenties te verwerven van componisten die hun eigen rechten beheren via VillaMusicRights. Dat laat hij weten aan het Service Centrum, waarmee hij het contract met de rechtenorganisaties opzegt. Dan blijkt dat deze hobbyisten ook een rekening sturen:
a. voor het gebruik van muziek van rechtendragend materiaal op VillaMusicRights en
b. voor de periode dat deze muziek in het geheel nog niet afgenomen was, nl. in het tweede halfjaar van 2011.
Dat VillaMusicRights rechtendragend repertoire bevat klopt, alleen behoren die rechten niet tot het repertoire van Buma/Stemra of van Sena maar tot het repertoire van de betreffende artiesten die er bewust voor kiezen zelf hun rechten te beheren.
Je zou er om kunnen lachen als het niet zo ernstig was. En ernstig is het.
Wordt vervolgd.
donderdag 11 augustus 2011
KOSTEN VAN RECHTEN VOOR EEN KLEINE OMROEP
Radio 227 is een commerciële kabelzender die 9 jaar geleden is opgericht voor de 40+ groep als enkele 24/7 easy listening radiomuziekzender bestond. De zender heeft vanwege hoge kosten moeite het hoofd boven water te houden. Het CDA-Tweede Kamerlid Haverkamp vroeg minister Van Bijsterveldt om opheldering over de kosten. Zij antwoordde mede namens staatssecretaris Teeven van Justitie op 9 augustus jl. het volgende.
Kosten van Buma/Stemra (auteursrechten)
In 2010 konden ongeveer 850.000 kabelabonnees Radio 227 ontvangen. De zender had een gemiddeld muziekgebruik van meer dan 50%, zodat voor Buma voor 2010 de hoogste
minimumvergoeding is gefactureerd van € 14.257,05 (excl. BTW). Dat is per abonnee per jaar voor 2010 € 0,0167 en voor 2011 € 0,019. Het door Buma/Stemra voor radio- en televisieomroepen gehanteerde tarief bestaat uit een percentage van de omzet, waarbij het percentage afhankelijk is van de hoeveelheid muziek die wordt gebruikt, met een bepaald minimum. Indien er 100% muziek wordt gebruikt, is 10% van de omzet voor Buma. Daarnaast geldt er een minimumtarief dat afhankelijk is van het aantal aansluitingen en het gemiddeld muziekgebruik, hetgeen is uitgewerkt in staffels.
Sena (naburige rechten)
Radio 227 betaalt de minimumvergoeding van € 2.500,-. Voor de vaststelling van de minimumvergoeding worden de commerciële inkomsten van een radiostation als uitgangspunt genomen. De minimumvergoeding is in 2004 tot stand gekomen in overleg met de brancheorganisatie van de niet-landelijke radiostations (NLCR).
Rol overheid
De overheid heeft geen bemoeienis met de hoogte van de tarieven van bovengenoemde organisaties. De minister merkt daarbij op dat het Europese Hof van Justitie in de zaak Sena-NOS van 6 februari 2003 het aantal luisteraars als één van de criteria heeft genoemd waaraan de billijkheid van de te betalen vergoeding (het tarief) kan worden getoetst. Dit houdt in dat bij de vaststelling van de billijkheid rekening kan worden gehouden met de daadwerkelijke kijk- en luisterdichtheden. Onder omstandigheden kan volgens het Europese Hof van Justitie (Zaak Kanal 4 – TV5, 11 december 2008) het zelfs zo zijn dat het niet gebruiken van het actual audience criterium misbruik van machtspositie kan opleveren, met onbillijke tarieven als gevolg. Het ligt op de weg van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) om eventueel te beoordelen of de door beheersorganisaties gehanteerde tarieven misbruik van machtspositie vormen in de zin van de Mededingingswet. Het staat partijen vrij om de billijkheid van het tarief ter beoordeling voor te leggen aan de rechter.
Kosten van Buma/Stemra (auteursrechten)
In 2010 konden ongeveer 850.000 kabelabonnees Radio 227 ontvangen. De zender had een gemiddeld muziekgebruik van meer dan 50%, zodat voor Buma voor 2010 de hoogste
minimumvergoeding is gefactureerd van € 14.257,05 (excl. BTW). Dat is per abonnee per jaar voor 2010 € 0,0167 en voor 2011 € 0,019. Het door Buma/Stemra voor radio- en televisieomroepen gehanteerde tarief bestaat uit een percentage van de omzet, waarbij het percentage afhankelijk is van de hoeveelheid muziek die wordt gebruikt, met een bepaald minimum. Indien er 100% muziek wordt gebruikt, is 10% van de omzet voor Buma. Daarnaast geldt er een minimumtarief dat afhankelijk is van het aantal aansluitingen en het gemiddeld muziekgebruik, hetgeen is uitgewerkt in staffels.
Sena (naburige rechten)
Radio 227 betaalt de minimumvergoeding van € 2.500,-. Voor de vaststelling van de minimumvergoeding worden de commerciële inkomsten van een radiostation als uitgangspunt genomen. De minimumvergoeding is in 2004 tot stand gekomen in overleg met de brancheorganisatie van de niet-landelijke radiostations (NLCR).
Rol overheid
De overheid heeft geen bemoeienis met de hoogte van de tarieven van bovengenoemde organisaties. De minister merkt daarbij op dat het Europese Hof van Justitie in de zaak Sena-NOS van 6 februari 2003 het aantal luisteraars als één van de criteria heeft genoemd waaraan de billijkheid van de te betalen vergoeding (het tarief) kan worden getoetst. Dit houdt in dat bij de vaststelling van de billijkheid rekening kan worden gehouden met de daadwerkelijke kijk- en luisterdichtheden. Onder omstandigheden kan volgens het Europese Hof van Justitie (Zaak Kanal 4 – TV5, 11 december 2008) het zelfs zo zijn dat het niet gebruiken van het actual audience criterium misbruik van machtspositie kan opleveren, met onbillijke tarieven als gevolg. Het ligt op de weg van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) om eventueel te beoordelen of de door beheersorganisaties gehanteerde tarieven misbruik van machtspositie vormen in de zin van de Mededingingswet. Het staat partijen vrij om de billijkheid van het tarief ter beoordeling voor te leggen aan de rechter.
Abonneren op:
Posts (Atom)